Schreeuwen, schoppen, slaan en bijten: bij veel kinderen gebeurt dat wel eens. Sommige vormen van agressief gedrag horen bij een bepaalde leeftijd. Denk maar aan de driftbuien van je peuter. Of de plotselinge kwaadheid van een puber. Dit soort agressie gaat meestal vanzelf weer over. En het heeft een positieve functie:
- Je kind leert zijn grenzen kennen.
- Je kind voelt dat het oplucht om negatieve gevoelens te uiten.
Maar wordt schreeuwen schelden? Of is de schop bedoeld is voor een scheenbeen? Dan is dat iets heel anders. Je kind gebruikt zijn gedrag dan om een ander pijn te doen. En dat hoort er niet bij!
Probeer te ontdekken waarom je kind zich zo gedraagt. En leer hem dat het ook anders kan.
Wat kun je doen?
- Probeer de reden van zijn agressie te ontdekken.
- Geef zelf het goede voorbeeld: schreeuw of sla nooit terug.
- Blijf rustig als je kind agressief reageert.
- Wees helder en stel duidelijke regels.
- Keur het gedrag van je kind af. En niet je kind. Zeg dus: "Ik vind het vervelend dat je schopt." En niet: "Ik vind jou vervelend".
- Grijp in wanneer dat nodig is.
- Geef je kind positieve aandacht.
- Beloon je kind als de agressiviteit minder wordt of weg is.