Professionals
a a a
Skip Navigation LinksHome » Schoolgaand kind » Groei en ontwikkeling » Spraak- en taal ontwikkeling
Listen to this page with proReader        print
Spraak- en taal ontwikkeling 

Tussen 4 en 6 jaar

  • Als je kind 4 jaar is, dan maakt hij goede, eenvoudige zinnen. Rond 5 jaar maakt hij langere zinnen met ‘want’ en ‘maar’. Ook maakt hij vragende zinnen.
  • Wil je kind in één keer veel vertellen? Dan kan het nog wel eens misgaan. Hij hapert of stottert dan een beetje. Dat is normaal.
  • Sommige letters zijn nog moeilijk, zoals de ‘r’, 's', 'l' en de ‘sch’.
  • Hij kent al veel woorden. En hij kan goed zeggen wat hij wil. Maar hij moet er wel steeds nieuwe woorden bijleren. Zo kan hij steeds beter praten. En anderen beter begrijpen. Praat dus veel met je kind. En lees hem vaak voor.
  • De basisregels van de grammatica leert hij vanzelf.

Tussen 6 en 9 jaar
Vanaf 6 jaar worden zijn zinnen steeds beter. Tussen 5 en 10 jaar wordt zijn taal volwassen. Meisjes ontwikkelen zich meestal sneller dan jongens. Ook als het om taal gaat.

Tijdens zijn schooltijd leert je kind veel nieuwe woorden en de regels van de grammatica. En hij leert dat een woord soms verschillende betekenissen heeft. Bijvoorbeeld het woord ‘prijs’: ‘Je kunt een prijs winnen met een loterij.’ En: ‘Op spullen die je koopt staat een prijs.’

Tussen 9 en 12 jaar
Je kind leert de regels van de grammatica steeds beter. Hij begrijpt bepaalde uitdrukkingen ook beter. En hij kan ze beter gebruiken. Als je bijvoorbeeld zegt: ‘Je hebt een pluim verdiend!’ begrijpt een kind dat hij niet echt een pluim krijgt. Maar dat het een compliment is. Dat hij iets goed heeft gedaan. Als je kind in groep 8 zit, kan hij goed zeggen wat hij bedoelt.

Goed om te weten

  • Praten is communiceren. Dus dingen met elkaar uitwisselen. Daarbij hoort ook: oogcontact en geduld. Je kind moet leren dat je om de beurt praat. Anders hoor je niet wat de ander zegt.
  • Blijf zo veel mogelijk praten en contact maken met je kind. Dat is goed voor jullie relatie. Een goede relatie is belangrijk als je kind in de puberteit komt.
  • Ieder kind is anders. De één kletst de hele dag door, en de ander zegt niet zo veel.
  • Je kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo.

Tips

  • Vertelt je kind een verhaal? Neem dan de tijd om er rustig naar te luisteren. En laat hem helemaal uitpraten voordat je reageert.
  • Werk jij en zit je kind op school? Dan heb je overdag niet veel tijd om met je kind te praten. Het avondeten is dan een goed moment om met het gezin te praten over de dingen die iedereen heeft meegemaakt. Eet dus liefst elke dag samen aan tafel.
  • Breng je je kind naar bed? Maak daar dan een ritueel van. Praat samen na over de dag. Vaak vertelt je kind voor het slapen gaan nog wat hij die dag gedaan heeft. Of waar hij over nadenkt.
  • Praat je kind weinig? Stel dan niet te veel vragen. Dat werkt niet. Vaak praat hij dan helemaal niet meer. Je kunt hem beter iets vertellen wat jij zelf hebt meegemaakt. Daar kan hij dan op reageren.
  • Ga ook eens iets doen met je kind alleen, in plaats van met het hele gezin. Dan praat je toch weer over andere dingen.
Logopedie
Mediatips
Ik schreif faut
Martine van Ceyssens
Omgaan met dyslexie. Handboek voor ouders, hulpverleners en leerkrachten.
Lees meer
Kinderen met dyscalculie
A. van Desoete, Tom Braams
Dit boek presenteert een leesbare schets van dyscalculie. Er is aandacht voor de verschijningsvorm in school, diagnose, behandelprincipes en instructieaanpak in het primair- en voortgezet onderwijs.
Lees meer
@ 2010 NetSourcing B.V. disclaimer  -  colofon  -  naar boven